Ich war ein Berliner: Seminarie over Groene economie door de Federation of Young European Greens (FYEG)
Impressies van een simpele ziel: het verblijf
Als afgevaardigde van Jong Groen! was ik uitverkoren voor een seminarie over groene economie dat georganiseerd werd door de FYEG, de Europese groene jongerenafdelingen van de European Green Party.
Het seminarie werd mogelijk gemaakt met de steun van de Green European Foundation en gegeven door het Green Economics Institute onder leiding van professor Miriam Kennit. Wees gerust, ik kende al deze organisaties ook helemaal niet, maar de sponsors mogen toch bedankt worden.
Daar in de stad waar 19 jaar eerder Real Change werd mogelijk gemaakt door de niet aflatende strijd van de burgerrechtenbeweging die verenigd onder Bündnis 90 de weg vond naar onze Duitse zusterpartij. Daar verzamelden een dertigtal jongeren enkele groene senioren van Azerbeidzjan tot Ierland en van Spanje tot Finland zich om zich van 12 tot 14 december te buigen over onderwerpen gaande van de crisis tot het gemeenschappelijk landbouwbeleid, van de philipscurve tot kuznetscurve over Keynes en Smith tot de real (green new) deal groene economie. In die voetsporen wilde ik graag als twijfelend eiland temidden van wijde, onwetende massa.
Terwijl in Poznan de klimaatdoelstellingen van de EU werden afgezwakt discussieerden we over economische groei, activisme, de groene new deal en de verschillen tussen de Europese ecologische partijen.
Berlijn is natuurlijk ook één van de boeiendste en levendigste steden van Europa en er werd dan ook hevig genachtbraakt, sommigen namen het braken iets te letterlijk. Eén ding kan ik verzekeren: als je op eentje, laat in de donkere, Duitse winteravond door het Holocaustmonument wandelt dan word je heel erg stil.
Mijn hersenen zijn nog steeds oververhit door een overvloed aan informatie en dat met dit weer.
Economie is ideologie
De rode draad doorheen de vele presentaties was de kritiek op de gangbare neokeynsiaanse/neoklassieke die helemaal niet zo waardevrij en wetenschappelijke is als ze pretendeert en totaal niet geschikt is om een duurzame en sociaal rechtvaardige samenleving te realiseren.
We staan immers momenteel voor enorme uitdagingen. De klimaatverandering vraagt binnen de 10 jaar een radicale aanpak, anders zullen de gevolgen dramatisch zijn. De kosten zouden tot 20% van het wereldwijde BBP kunnen bedragen. Een recente Zweedse studie wees bovendien uit dat de kosten van het wereldwijde biodiversiteitsverlies op het land jaarlijks oplopen tot 50 miljard dollar en tegen 2050 de kosten van de opwarming van de aarde zou overtreffen.
Het voorbeeld dat ik net aanhaalde, illustreert perfect hoe het schoentje knelt als een Chinees lotusschoentje voor de klassieke economie. De lange termijn is altijd in evenwicht volgens de gangbare economie, maar ze houdt totaal geen rekening met het natuurlijke kapitaal van de aarde, dat begrensd is. Milieuvervuiling is louter een externaliteit die als het moet in kosten kan uitgedrukt worden, zo wordt milieuvervuiling zelfs een handel.
Het gaat uit van een nutmaximaliserende, individualistische homo economicus met koopkracht. Prototype: veertigjarige, blanke, lichtjes kalende man met beginnend buikje en duur brilmontuur. Gelukkig is de realiteit anders, maar met miljarden mensen, het ecosysteem, de generaties na ons wordt nauwelijks rekening gehouden. Het ontwikkelingspad van het westen is niet repliceerbaar en ook niet wenselijk.
Het verwerpt ook het klassieke Marxistische paradigma: een socialisering van de productiemiddelen zal niet volstaan of de nodige garanties bieden. Vele klassieke marxisten blijven ook verstoken in het productivistische denken. Ook zijn groenen afkerig van grote revoluties die jarenlange periodes van sociale onrust en geweld met zich meebrengen.
Groene economie voor dummies
Groene economie is meer dan wat holle frasen, het is een holistische benadering van economie. Economie en ecologie komen immers van het Griekse woord Oikos, dat huis betekent. Nomie staat voor beheer en logie voor studie.
Een economie moet het huis beheren, niet alleen van die klassieke homo economicus, maar ook van de miljarden mensen die minder dat 1 dollar per dag verdienen, de planeet, de natuur,… . Zij hebben allen hun intrinsieke waarde en zijn dus meer dan louter koopwaar. Met holisme wordt ook bedoeld dat Groene Economie actief gebruikt maakt van andere wetenschappen. Dit staat in scherp contrast met de reductionistische en vooral kwantitatieve wiskunde waarop vermoedens in de conventionele economie gebaseerd zijn.
Fundamenteel voor Groene Economie is dus de noodzaak om de rol die de natuur en het erg belangrijke, onbetaalde werk dat vrouwen overal ter wereld uitvoeren te erkennen en te integreren in het economische denken. Groene economie is dus veel meer dan een vorm van milieueconomie, het treedt uit het paradigma van de klassieke economie en houdt rekening met de grenzen van de aarde.
De structuur van de economie
De funderingen van elke economie zijn de natuurlijke rijkdommen: water, voedsel, energie, het opnemen van afvalproducten, grondstoffen. In de gangbare economie worden deze gezien als haast onbeperkte inputs die verhandeld worden met een erg beperkte marktprijs. Groene economie ziet deze zaken juist als de belangrijkste zaken in een economie en gaat uit van de gelimiteerde ecologische voetafdruk als eerlijk aarde-aandeel voor ieder individu.
Het tweede aspect van een economie zijn de distributie, handel en productie van goederen. Voor sommige goederen is de sociaal en ecologisch gecorrigeerde markt het meest aangewezen, voor andere zaken de overheid of de non-profitsector. Een zekere arbeidsverdeling is nodig.
De derde trap van de economie die men terugvindt in gevorderde samenlevingen zijn de administratieve en publieke diensten. Publieke diensten zorgen ervoor dat de goederen van de eerste orde voor iedereen toegankelijk zijn. Zaken als gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid zijn ook de taken van overheden. Mensen zijn sociale wezens dus publieke goederen zijn een essentieel onderdeel van de economie.
Waar de laatste jaren de financiële sector als hoogste goed en hoogste meerwaarde werd beschouwt is dit in het paradigma van de groene economie slechts de vierde trap van een economie. Geld is een symbool van ruilwaarde, een symbool. Het is handig voor het verloop in een economie en om de kostprijs van zaken te weten. Maar geld mag geen doel op zich zijn. Financiële speculatie is dus intrinsiek irrationeel, omdat het handel in symbolen is en niet in diensten of goederen. Taxering op internationale speculatie (Tobintaks) is dus essentieel in een groene economie.
Voorts werken groene economen volgens het systeem van de vervuiler betaalt, internaliseren van externaliteiten, cap and trade systemen. Voorts vind ik het idee van hypothecation of taxes heel goed. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld een tax op ongezonde suikerproducten rechtstreeks naar de ziekteverzekering gaat. Dit maakt de legitimiteit van taxatie ook groter, aangezien mensen dan weten waar hun geld aan besteed wordt. Het sociaal klimaatfonds van Groen! ligt in het verlengde van dat idee.
Woorden als groei dienen compleet geherdefinieerd te worden. BBP-groei wordt helemaal verworpen. Het kappen van een regenwoud om het hout verkopen is geen bron van rijkdom in een groene economie, maar een vorm van destructie.
Een evenwicht zal pas een evenwicht zijn als het binnen ecologische grenzen blijft, en alle externaliteiten ingecalculeerd zijn.
Groene economie en gelijkheid
Noch een volledig vrije markt, noch een gecentraliseerde beveleconomie zijn adequaat voor een werkelijk duurzaam economisch model. Groene economie erkent de verdiensten van het ondernemerschap in het creëren van werk en producten of diensten van waarden.
Kapitalisme creëert grote inkomensverschillen die uiteraard dienen gecorrigeerd dienen via progressieve belastingen op arbeid en kapitaal, aangevuld met de idee van een basisinkomen voor de mensen die geen loonarbeid verrichten. Grote inkomensverschillen, zijn naast onrechtvaardig, ecologisch onduurzaam, omdat ze sociale spanningen veroorzaken die de samenleving in een permanente strijd doen verkeren die ecologisch en sociaal verwoestend zijn. Uit het boek ‘Happiness’ van Richard Layard blijkt dat het algemeen welbevinden van een samenleving het hoogst is als het de mensen die het mensen het meest verdienen niet meer dan vijf maal zo veel verdienen als de kleinverdieners.
Groene economie is incompatibel met de huidige vorm van globalisering, die vooral deregulering en privatisering met zich meebrengt en het onmogelijk maakt om de economie onder democratische controle te plaatsen. Groene economie is dus vooral een lokale en kleinschalige economie.
Conclusie
Groene economie is meer dan een utopie of gespreksonderwerp tijdens een (vegetarisch) middagmaal. Technisch gezien is het creëren van een groene, steady state economie niet zo moeilijk. De gevolgen van de wereldsysteemcrisis in de toekomst, maar ook nu al, zijn veel ingrijpender en dramatischer. Business as usua,l dat is kiezen voor een doemscenario.
De keuze voor een groene economie is er vooral één van machtsverhoudingen.
Nu de wereld getuige is van een diepe economische en ecologische crisis is het moment gekomen voor de omslag die kan beginnen met de groene New Deal.
Groene en ecologische economie is momenteel vooral een academisch debat, dit dient erkend te worden. Politiek heeft het momenteel weinig slagkracht. Een klein lichtpuntje is dat veel mensen bij de VN, met name secretaris Ban Ki Moon in contact staan met het Green Economics Institute. Ook vanuit het bedrijfsleven is er interesse, al gaat die interesse meer uit richting het louter milieueconomische aspect. Ik betwijfel echter dat het principe van groene economie een economisch model kan zijn dat ideologische grenzen overstijgt of louter via de klassieke politieke weg kan gerealiseerd worden. Het green economics institute probeert de wereld te veranderen door politiek, burgers, bedrijven en academici te overtuigen. Dat is nobel, maar ik denk dat er voor werkelijke progressieve verandering een werkelijke krachtsverhouding dient te bestaan. En zonder de grote marxist uit te hangen: de werkende mensen zijn hier essentieel in. Ik betwijfel of het management van Fortis zit te wachten op ethisch bankieren, laat staan een werkelijke groene economie met een sterke overheid. En daar klemt ook weer het groene schoentje, ze zegt niet etatistisch te zijn. Maar de ingrijpende maatregelen die hierboven beschreven zijn, vragen om ene sterke, grote en efficiënte overheid toch zolang niet iedereen is doordrongen van het ecologisch gedachtegoed. Dit is toch in strijd met de groene ideeën over autonomie en kleinschaligheid. Wordt er ook niet te veel verwacht van de maakbaarheid van de samenleving? Kritische introspectie is nodig en het zal altijd een zaak van trial and error zijn. Maar voorbeelden als Freiburg of Porto Alegro bewijzen dat een andere politiek mogelijk is.
Dit het moment: de wereld schreeuwt om alternatieven. Het is daarom erg hoopvol dat de Europese Groene Partij voor het eerst een transnationaal concreet economisch programma heeft dat gebaseerd is op het groen economisch paradigma, en ook de teksten die aangenomen zijn tijdens het horizoncongres gaan die richting uit.
Laat groene economie het perspectief zijn voor de jongeren in Griekenland, voor de scholieren in Frankrijk, voor de arbeiders van General Motors, voor de vluchtelingen in Congo,…
Een mens mag in januari al eens hoopvol zijn, waarom leven we anders.
Yves Pepermans
Interessante websites
Federation of Young European Greens: http://www.fyeg.org/
Green Economics Institute: http://www.greeneconomics.org.uk/
Economieprogramma van de Europese Groene Partij: http://www.europeangreens.org/cms/default/dokbin/259/259265.a_green_economic_vision_for_europe@en.pdf
European Green Party: http://www.europeangreens.org/
International Society for Ecological Economics: http://www.ecoeco.org/
dinsdag 6 januari 2009
vrijdag 10 oktober 2008
Polaroids van een park
Het was een warme zaterdagnamiddag; de laatste van het seizoen en jaar. Ik wandel door het park naar huis. Een park waar herinneringen zich schuilhouden zoals de eekhoorns, die tegenwoordig met veel zijn en soms zelfs in mijn tuin met hazelnoten paraderen ( de eekhoorns voor alle duidelijkheid). Kinderen verzamelen kastanjes en gooien er af en toe één naar hun vader, die voor één keer glimlachend toelaat want wat doe je anders als de zon schijnt en alles naar leven luikt. Ik denk aan de keer dat ik hier leerde fietste en pardoes op mij neus viel.
Een kind, ik noem hem Thomas want zo heten kinderen vaak vandaag de dag, roept me toe niet te dicht bij de kastanjeboom te komen want dat is zijn pisboom. Mijn geloof in kastanjemineermotten is opgezegd en ik weet nu de ware toedracht van de vroege herfst.
De vijver groeit toe met zeggegroen en ander fraais waarvoor mensen kwade brieven schrijven naar ‘Het laatste nieuws’ en ik zie meer libellen dan ik tijdens de hele zomer in Gaume of Polder heb gezien. Leven en laten leven, denk ik, zeg ik, waarop een jogger me zeer vreemd aankijkt. Dat gebeurt me vaker dan me lief is.
Een man stopt en vraagt of ie een foto van me mag nemen, want hij test een nieuw fototoestel uit en hij ‘kan nog niet goed overweg met al dat digitaal gedoe, als is dees wel een goeike, ziet die lens.
Het nachtegalenpark is prachtig, al zijn die nachtegalen al weer met de noorderzon vertrokken. Ze weten niet wat ze missen: baby’s die aan ijsjes zabberen, goudhaantjes die zich willen manifesteren, rijpende beukennootjes, bloemenperken die denken dat het nog mei is, enz. Gestuurde natuur heeft ook zijn charmes, zeker als er Cornettos zijn.
Naarmate ik de wereld van asfalt en blikken dozen weer nader, word ik stilletjes aan wat kwader. Kwaad en moedeloos om een wereld waar je kunt beweren dat het goed voor het milieu is om een weg door bossen te trekken.
Geld groeide als een kool, maar is nu als sneeuw voor de zon verdwenen waardoor we nu in een grote crisis zijn verzeild. De eerlijk gebiedt me te zeggen dat ik er in mijn voorsteedse tuinwijk niet erg veel van merk afgezien van het gevloek van mijn vader als ie de krant leest, maar hij vloekt wel vaker (en ik ook). Maar ik voel aan dat het optimistische verhaal van eeuwige groei en welvaart nu wel even gedaan is. Mannen in pak en glimlach roepen op tot verantwoordelijkheid, maar waar is de verantwoordelijkheid in een systeem waar nergens verantwoording te zoeken is!
En ik sta weer te roepen tegen computers en joggers.
Ik hoop dat het geroep en advies van god en klein peerken niet tevergeefs is. Misschien is morgen de Markt gewoon de markt op het plein waar je alles kan ruiken en proeven en waar Patrick schitterende ‘kitchenboys’ verkoopt. Een wereld waar een brood een brood kan zijn, daar wil ik eens met vakantie heen gaan. De beuken in het park staan er al enkele honderden jaren en hebben vele grote woorden en crisissen meegemaakt, zonder dat ze daarvoor een tak laten vallen. Daarom bezoek ik hen graag en kijk naar kinderen die ertegen plassen en weet dat zoiets goed is.
(en voor die laatste zin ga ik Childfocus en boze boomknuffelaars op mijn dak krijgen)
Een kind, ik noem hem Thomas want zo heten kinderen vaak vandaag de dag, roept me toe niet te dicht bij de kastanjeboom te komen want dat is zijn pisboom. Mijn geloof in kastanjemineermotten is opgezegd en ik weet nu de ware toedracht van de vroege herfst.
De vijver groeit toe met zeggegroen en ander fraais waarvoor mensen kwade brieven schrijven naar ‘Het laatste nieuws’ en ik zie meer libellen dan ik tijdens de hele zomer in Gaume of Polder heb gezien. Leven en laten leven, denk ik, zeg ik, waarop een jogger me zeer vreemd aankijkt. Dat gebeurt me vaker dan me lief is.
Een man stopt en vraagt of ie een foto van me mag nemen, want hij test een nieuw fototoestel uit en hij ‘kan nog niet goed overweg met al dat digitaal gedoe, als is dees wel een goeike, ziet die lens.
Het nachtegalenpark is prachtig, al zijn die nachtegalen al weer met de noorderzon vertrokken. Ze weten niet wat ze missen: baby’s die aan ijsjes zabberen, goudhaantjes die zich willen manifesteren, rijpende beukennootjes, bloemenperken die denken dat het nog mei is, enz. Gestuurde natuur heeft ook zijn charmes, zeker als er Cornettos zijn.
Naarmate ik de wereld van asfalt en blikken dozen weer nader, word ik stilletjes aan wat kwader. Kwaad en moedeloos om een wereld waar je kunt beweren dat het goed voor het milieu is om een weg door bossen te trekken.
Geld groeide als een kool, maar is nu als sneeuw voor de zon verdwenen waardoor we nu in een grote crisis zijn verzeild. De eerlijk gebiedt me te zeggen dat ik er in mijn voorsteedse tuinwijk niet erg veel van merk afgezien van het gevloek van mijn vader als ie de krant leest, maar hij vloekt wel vaker (en ik ook). Maar ik voel aan dat het optimistische verhaal van eeuwige groei en welvaart nu wel even gedaan is. Mannen in pak en glimlach roepen op tot verantwoordelijkheid, maar waar is de verantwoordelijkheid in een systeem waar nergens verantwoording te zoeken is!
En ik sta weer te roepen tegen computers en joggers.
Ik hoop dat het geroep en advies van god en klein peerken niet tevergeefs is. Misschien is morgen de Markt gewoon de markt op het plein waar je alles kan ruiken en proeven en waar Patrick schitterende ‘kitchenboys’ verkoopt. Een wereld waar een brood een brood kan zijn, daar wil ik eens met vakantie heen gaan. De beuken in het park staan er al enkele honderden jaren en hebben vele grote woorden en crisissen meegemaakt, zonder dat ze daarvoor een tak laten vallen. Daarom bezoek ik hen graag en kijk naar kinderen die ertegen plassen en weet dat zoiets goed is.
(en voor die laatste zin ga ik Childfocus en boze boomknuffelaars op mijn dak krijgen)
zondag 6 april 2008
Hijgen na pasen
Hijgen na pasen
Geluk valt moeilijk te duiden
Het overvalt de gewoonte
Kleedt hem uit
En laat hem branden, zweten
Men geve het een naam
Noem het hormonenamalgaam
En ander woordmisbruik
Of dan toch van onder het stof
die God, betert
hij ons aardoponthoud?
Schipperend tussen hel en hemel
die ik toch niet nodig acht
want k’hou geen kerk in het midden
sluimerend tussen droom en daad
dwalend in ons eigen waar
op in boven onder haar
meer mag een mens niet wensen
wijn weet wonderen doen
dat wist Jezus, ook
zijn kruis is recht, hijgend na pasen
Geluk valt moeilijk te duiden
Het overvalt de gewoonte
Kleedt hem uit
En laat hem branden, zweten
Men geve het een naam
Noem het hormonenamalgaam
En ander woordmisbruik
Of dan toch van onder het stof
die God, betert
hij ons aardoponthoud?
Schipperend tussen hel en hemel
die ik toch niet nodig acht
want k’hou geen kerk in het midden
sluimerend tussen droom en daad
dwalend in ons eigen waar
op in boven onder haar
meer mag een mens niet wensen
wijn weet wonderen doen
dat wist Jezus, ook
zijn kruis is recht, hijgend na pasen
donderdag 21 februari 2008
Global anatomy
We willen allemaal terug naar de baarmoeder, naakt zijn.
Global Anatomy in een barok gebouw was van een overdadige soberheid.
Een naakte man met witte sokken komt op, de modernde primitieveling. Wat volgt is een relaas van alles overheersende ducktape, smeltende boter, rondvliegende stoelen, een bijl, kaka, valse kerstbomen en vooral veel lachen om verbazing zonder rede.
Zoals een lach behoort te zijn.
Ik hou van de planken, ik hou van de jardin, van de court, van de zitjes, de andere toeschouwers waarmee je een uur lang hetzelfde anders beleefd, maar het liefst van al heb ik de te snijden spanning net voor een voorstelling waarmee men een been kan breken.
Benjamin verdonck,Willy thomas bedankt
Laten we naakt zijn en alles op nieuw uitvinden, haalt het niets uit dan levert het mooie beelden op.
Global Anatomy in een barok gebouw was van een overdadige soberheid.
Een naakte man met witte sokken komt op, de modernde primitieveling. Wat volgt is een relaas van alles overheersende ducktape, smeltende boter, rondvliegende stoelen, een bijl, kaka, valse kerstbomen en vooral veel lachen om verbazing zonder rede.
Zoals een lach behoort te zijn.
Ik hou van de planken, ik hou van de jardin, van de court, van de zitjes, de andere toeschouwers waarmee je een uur lang hetzelfde anders beleefd, maar het liefst van al heb ik de te snijden spanning net voor een voorstelling waarmee men een been kan breken.
Benjamin verdonck,Willy thomas bedankt
Laten we naakt zijn en alles op nieuw uitvinden, haalt het niets uit dan levert het mooie beelden op.
Bonnie&Clyde
Al die jaren engelengeduld
onwetende van dit
en nu ik het weet
wil ik het van alle daken schreeuwen
maar ik kan het niet, mag het niet
of wat ik ook verzin
Negentien jaar ontlopen en dan zag ik je hoe je bent
In't diepst van mijn gedachten de mijne
ik weet niet hoe het kwam
dat jij plots zo bent als je voor me bent
Nu wil ik slechts verdwijnen
om niet te hoeven wegkwijnen
in leugentje om best wil
want wat ik wil weet ik niet
waarom toch dit plotse ongeduld
is de dood nabij
en wil ik nog even een vrouw aan mijn zij
of is de reden voor dit tumult
de dood van ik en jij
zal de pijp aan Maarten geven
Wie is Maarten
wat heeft Maarten dat ik niet heb
Geef me een musket en ik zal hem duelleren
en met zijn bloed je naam vereren
de dood kan ons niet scheiden
hoogstens de werken aan de leien
spring toch in mijn zwart wit dromen
je bent daar altijd welgekomen
sloop onze muur
ik wil jou in clair obscuur
en val, val in mijn armen zoals we uit de lucht vielen
bij deze ontdekking van de hemel
mijn levende schiele
bevrijd van het levend gewemel
en ik trouw je dan in technicolour
en we wonen in een watermolen
op de grens van verbeelding en waar
maar steeds zonneklaar
in elkaar
Kom gauw
want ik val
val toch in mijn armen
onwetende van dit
en nu ik het weet
wil ik het van alle daken schreeuwen
maar ik kan het niet, mag het niet
of wat ik ook verzin
Negentien jaar ontlopen en dan zag ik je hoe je bent
In't diepst van mijn gedachten de mijne
ik weet niet hoe het kwam
dat jij plots zo bent als je voor me bent
Nu wil ik slechts verdwijnen
om niet te hoeven wegkwijnen
in leugentje om best wil
want wat ik wil weet ik niet
waarom toch dit plotse ongeduld
is de dood nabij
en wil ik nog even een vrouw aan mijn zij
of is de reden voor dit tumult
de dood van ik en jij
zal de pijp aan Maarten geven
Wie is Maarten
wat heeft Maarten dat ik niet heb
Geef me een musket en ik zal hem duelleren
en met zijn bloed je naam vereren
de dood kan ons niet scheiden
hoogstens de werken aan de leien
spring toch in mijn zwart wit dromen
je bent daar altijd welgekomen
sloop onze muur
ik wil jou in clair obscuur
en val, val in mijn armen zoals we uit de lucht vielen
bij deze ontdekking van de hemel
mijn levende schiele
bevrijd van het levend gewemel
en ik trouw je dan in technicolour
en we wonen in een watermolen
op de grens van verbeelding en waar
maar steeds zonneklaar
in elkaar
Kom gauw
want ik val
val toch in mijn armen
Lolita
Het kan allemaal verkeren. Het is mooi hoe zo’n oude zegswijze een linguïstisch axioma is. Nu kraakt sonic youth door slechte versterkers, liggen lege flessen op de vloer, puilen boekenkasten uit en ligt het bedovertrek niet goed.
Toen vergiste de zon zich van maand en scheen ze op mei. De wind waaide en ik fietste gezwind. Het was zo’n dag dat de lucht lekker ruikt, de rokken de mannen bedwelmen , zo’n dag dat de stad van jou is.
Toen ik daar dus tussen stad en hemel zweefde, halfgejetlagged net toen ja je weet nog wel dat moment zag ik je. Je fietste uit de Boomgaardstraat samen met een vriendin van je. Je was erg gehaast, maar vooral zo vol van leven en toekomst. Ik was bijna jaloers op je, al dat talent al die mogelijkheid die uit leek te stralen of was het de zon die zo straalde. In het aanschijn van de liefde en in de dampen van brouwerij De Coninck wil een jongeman, hoe alert en in al zijn poriën nu en aanwezig de zaken al eens verwarren. Maar jou verwarde ik niet, jij was duidelijker dan het park aan de overkant waar ooit rapalje hing en nu slechts vroege lente te bespeuren viel. Je was duidelijker dan de tram waarvan het nummer me ontglipt. Je was duidelijker dan de sticker van Groen! op het vuile verkeerslicht rechts van me, een sticker waar ik menigmaal met herkenning naar glimlachte.
Maar glimlachen kon ik niet meer. Ik reed vast en zeker met een behoorlijke snelheid, maar ik heb me nog nooit zo bevrozen gevoeld als toen. Je keek niet om, je zag me niet, zoals ik ook de indruk gaf je niet te zien.
Ik fietste verder mijn leven in, zoals jij vast dat van jou verder leidde of leed. We zullen elkaar weer tegengekomen, daarvan ben ik zeker. Ondertussen zal ik geduldig wachten op jou en niemand anders, want één ding weet ik zeker mijn geliefde onbekende, we zullen elkaar weerzien.
Hopelijk ben je tegen dan wel al zestien jaar.
Uw dienaar
Toen vergiste de zon zich van maand en scheen ze op mei. De wind waaide en ik fietste gezwind. Het was zo’n dag dat de lucht lekker ruikt, de rokken de mannen bedwelmen , zo’n dag dat de stad van jou is.
Toen ik daar dus tussen stad en hemel zweefde, halfgejetlagged net toen ja je weet nog wel dat moment zag ik je. Je fietste uit de Boomgaardstraat samen met een vriendin van je. Je was erg gehaast, maar vooral zo vol van leven en toekomst. Ik was bijna jaloers op je, al dat talent al die mogelijkheid die uit leek te stralen of was het de zon die zo straalde. In het aanschijn van de liefde en in de dampen van brouwerij De Coninck wil een jongeman, hoe alert en in al zijn poriën nu en aanwezig de zaken al eens verwarren. Maar jou verwarde ik niet, jij was duidelijker dan het park aan de overkant waar ooit rapalje hing en nu slechts vroege lente te bespeuren viel. Je was duidelijker dan de tram waarvan het nummer me ontglipt. Je was duidelijker dan de sticker van Groen! op het vuile verkeerslicht rechts van me, een sticker waar ik menigmaal met herkenning naar glimlachte.
Maar glimlachen kon ik niet meer. Ik reed vast en zeker met een behoorlijke snelheid, maar ik heb me nog nooit zo bevrozen gevoeld als toen. Je keek niet om, je zag me niet, zoals ik ook de indruk gaf je niet te zien.
Ik fietste verder mijn leven in, zoals jij vast dat van jou verder leidde of leed. We zullen elkaar weer tegengekomen, daarvan ben ik zeker. Ondertussen zal ik geduldig wachten op jou en niemand anders, want één ding weet ik zeker mijn geliefde onbekende, we zullen elkaar weerzien.
Hopelijk ben je tegen dan wel al zestien jaar.
Uw dienaar
maandag 11 februari 2008
Verlichting voor hawaïhemden (DJ Tiesto remix)
Verlichting voor hawaïhemden
Zongebruind teruggekeerd van een ver land. Mijn ecologische voetafdruk in één keer opgesoupeerd, en Margaretha Guidone vegeve het me, het smaakte verdomd lekker.
In één oogopslag ontwaarde zich landen, schatten en zeven wereldzeeën die vroeger toen de aarde nog plat was duizend dagreizen in beslag namen.
Ik landde op een eiland, en precies 514 jaar geleden deed Columbus hetzelfde. Zou hij ooit gedacht hebben: hier bouw ik een All-in resort? Historici geraken er niet uit.
Het is erg gemakkelijk om lekker laconiek te doen en wat meewarig te lachen met die meute domme toeristen. De clichés puilden er weer uit hoor: de Amerikanen waren dik en luid, 90 % van de toeristen verliet het hotel niet, de palmbomen ritselden in de wind, en alles was beschikbaar, overvloedig, eerlijk verdeeld en gratis (all in resorts zijn socialistische enclaves voor kapitalisten). Uw schrijver en kritisch, groenlinkse JNM’er dient dit te veroordelen, en zou dat in andere situaties ongetwijfeld gedaan hebben. Ik kan het echter niet, ik heb immers een verdomd leuke tijd gehad, en verrassend veel geleerd over het eiland in kwestie, maar ook over de wereld en voor een 19 jarige potente jongeman nog steeds het belangrijk: over mezelf.
Waarom reist een tiener die hardnekkige acné en aften krijgt van de tegenstrijdigheden in zijn eigen leven en het glansrijke verkloten van deze prachtige planeet 8000 km over de oceaan om ergens op een eiland te gaan zitten? Moet ik niet de wereld gaan redden? Of desnoods gewoon rietvelden maaien in de Hobokense Polder.
Mijn wilskracht is te wispelturig en mijn conditie te niet-gedopeerd om de held uit te hangen. Held ben je trouwens niet, dat word je in een situatie. Er waren geen brandende weeshuizen om kinderen uit te redden, toch geen die in mijn agenda pasten, dus ik kan slechts de situatie in Jamaica ( gefeliciteerd aan degenen die het juiste eiland geraden hebben) beschrijven. Het is niet verboden om jaloers te zijn, het is terecht.
Ik zag een eiland waar tuinhuizen huizen zijn en de straat de televisie is. Nieuws werd niet gemaakt door nieuwsmensen, maar verteld door mensen. Het eiland was tropisch en groen zoals de touroperator beloofd had. Maar ook grillig, doordringend, verrassend en overweldigend echt zoals geen spindoctor of schilder het bedenken kan. De geur was er eerlijk en kwam niet uit een flesje. Het is een land waar dans en muziek niet op podia’s plaatsvindt, maar gewoon een manier van leven is zoals eten en drinken. In Jamaica wekt de wekker niet, maar ontwaakt de dageraad. Een land waar religie geen zuil, gewoonte, opium, of repressie is, maar vooral verwondering, en is verwondering niet de basis van wetenschap en verandering? Verwonderd was ik ook toen een oude man me zei waarom hij niet meer in het westen kon aarden. Hij zei dat westerlingen te veel gefixeerd zijn op het najagen van geluk.
Wie wil er nu niet gelukkig zijn? Tokio Hotel?(het moet me van het hart dat ik ook niet wil dat Tokio Hotel gelukkig is). Geluk is toch vooral een gevoel, en kan je niet zo maar najagen. Er zijn je behoeften die dienen vervuld te worden (fysische, veiligheid, sociale, respect, zelfrealisatie). Zoek ik mijn geluk niet vaak op de verkeerde plekken ( ik gebruik ik, want ik ben jij niet en gelukkig maar)? Ik wil er goed uitzien, ik wil de wereld zien, ik wil de wereld redden, ik wil niet eenzaam sterven, ik wil gezond zijn,… Ik ben volledig beveiligd door verzekeringen, ik volg een goede opleiding, heb geen grote tegenslagen meegemaakt. Waarom voel ik me dan zo vaak zo hol, onzeker, beperkt, besluiteloos, onvoldaan, terwijl ik in al mijn behoeften voldaan word en zeker tot de rijkste 5% van de wereld behoor. Het kan toch niet alleen zijn omdat ik een moeilijke puber ben? Ongeveer 15% van de Belgen zou symptomen van depressie vertonen, dat zijn meer dan een miljoen mensen. Dus er zijn in België meer gedeprimeerden dan geboortes hier (google blijft choqueren). Ik ben geen fascist, Belgen of westerlingen zijn niet depressief omdat ze allemaal te veeleisende verwende nesten zijn. Maar misschien kan dit deels verklaard door dat we altijd verwachten dat alles perfect zal zijn en dat is het niet, toch niet in deze wereld niettegenstaande wat de reclame ons voorliegt. Misschien is dat omdat tijd hier niet meer uitgedrukt wordt in zonnestand maar in kosten en dat die kosten voor vele mensen moeilijk te betalen zijn. Misschien zijn flatscreentoestellen voor iedereen toegankelijk geworden, maar wat hebben de meeste mensen aan knappe televisietoestellen als dat het enige middel is geworden voor velen is om na een lange werkdag te ontspannen.
Misschien moeten we wat meer Jamaicaan worden? Misschien moet ik wat minder misschien zeggen, en wat meer doen in plaats van de hypocriete sofist uit te hangen?
Is het in Jamaica beter dan in België, beter dan in’t stad? (met t’stad bedoel ik uiteraard Mortsel) Is mijn geliefde eiland het paradijs? No man. Het paradijs zal altijd slechts in de paradijsvogel bestaan of in je hoofd. Het grootste probleem van Jamaica is dat er geen enkel probleem is volgens de inwoners. Als onbezorgde toerist heb ik vooral de zonneschijn gezien, daar kwam ik ook voor, maar elke zon maakt schaduwen
Jamaica is een land dat net als elk ander land gecreëerd is, de oorspronkelijke bewoners zijn uitgeroeid, eerste kwamen de Spanjaarden die op hun beurt verjaagd werden door de Engelsen. De huidige inwoners zijn quasi allemaal nakomelingen van slaven, slaven die niet geheel vrijwillig uitgebuit werden om het met een Brits understatement te zeggen. De kostprijs van basisproducten en gezondheidszorg zijn de laatste jaren vooral duurder geworden, en dat is toch wel belangrijk in een land waar de overgrote meerderheid in armoede leeft. De criminaliteit en uitzichtloosheid in de sloppenwijken van Kingston is nog steeds even groot als toen Bob Marley de reggae populair maakte in de rest van de wereld. En zo is er waarschijnlijk wel meer miserie achter de exotische glimlach.
Jamaica is armer en ongelijker dan België, toch durf ik het zeggen dat de mensen er niet ontevredener zijn.
Die rust, de natuur, azuurblauwe zee, de vriendelijke mentaliteit, lekkere eten: jaja het goede, arcadische leven dat is wat mij in het eiland heeft aangetrokken en ik ben niet de enige.
U als verontwaardigde, milieubewuste medemens maakt ongetwijfeld de opmerking dat je voor al die zaken toch niet zo ver dient te reizen of toch zeker niet zo vaak en helemaal zeker niet in een escapistisch chique hotel dient te vinden. Gelijk hebt u wederom.
Toch hebben vele mensen en mezelf incluis daar blijkbaar verre reizen voor nodig. Dat kunnen we en mogen we niet zomaar veroordelen: reizen verbreedt onze geest, herlaadt de batterijen, is goed voor economie, enz. Maar langs de andere kant is nu het besef langzaam doorgedrongen dat die levensstijl fundamenteel ondemocratisch is. Industrialisatie wordt steeds als de overwinning van de mens op de natuur gezien, alle grondstoffen komen wel nog steeds uit de natuur en worden aan een schrikbarend tempo opgesoupeerd.
En dan nu de grote conclusie waarop we allemaal al lang wachten, maar toch wel al lang wisten: anders gaan leven lijkt wederom de enige oplossing. Maar om anders te gaan leven moet de modale Belg daar eerst en vooral toe bereid zijn en dat lijkt mij nu de grote taak van de groene beweging (dus alle mensen die min of meer bekommerd zijn om milieu en natuur): dat bewustzijn wat aanwakkeren. De grote revolutie en verlichting is niet voor morgen. Laten we daarom weer wat meer Jamaicaans zijn met de mensen en praten met elkaar en elkaar overtuigen in plaats van louter te zagen op madammen met nen bontjas en kapitalisten met Cubaanse sigaren. Misschien minder die nadruk leggen op consuminderen en zelfbeperking, maar meer op kwaliteit. Want dat is toch ook wat al die dikke toeristen vaak zoeken: kwaliteit? Want om de maatschappijstructuren te veranderen zal toch eerst ook het bewustzijn moeten veranderen. Want die maatschappijstructuren zullen wel degelijk veranderd moeten worden, Jamaicanen moeten wat meer beseffen dat economie belangrijk is en die economie eerlijker dient te worden. Belgen moeten beseffen dat de economie niet zaligmakend is.
Voor ik helemaal het preekgestoelte beklim, zal ik me verder onthouden. Maar listen very carefully for I shall say this only once: wees beducht alvorens u verder zucht!
Geniet ondertussen maar van de hagelwitte stranden in het zilvermeer te Mol en de koraalriffen van Aquatopia. En laat nu net weer die Bob Marley de nagel op de kop slaan:
Sayin' One Love, One Heart Let's get together and feel all right I'm pleading to mankind (One Love) Oh Lord (One Heart)
Ondertussen zal de wereld verder naar de hel gaan, met of zonder JNM. Maar in Jamaica: No problem, man!
Meer met minder, het lijkt me mogelijk, met vallen en opstaan, net zoals alle andere goede dingen.
Peace, love and banana’s
Yves
Zongebruind teruggekeerd van een ver land. Mijn ecologische voetafdruk in één keer opgesoupeerd, en Margaretha Guidone vegeve het me, het smaakte verdomd lekker.
In één oogopslag ontwaarde zich landen, schatten en zeven wereldzeeën die vroeger toen de aarde nog plat was duizend dagreizen in beslag namen.
Ik landde op een eiland, en precies 514 jaar geleden deed Columbus hetzelfde. Zou hij ooit gedacht hebben: hier bouw ik een All-in resort? Historici geraken er niet uit.
Het is erg gemakkelijk om lekker laconiek te doen en wat meewarig te lachen met die meute domme toeristen. De clichés puilden er weer uit hoor: de Amerikanen waren dik en luid, 90 % van de toeristen verliet het hotel niet, de palmbomen ritselden in de wind, en alles was beschikbaar, overvloedig, eerlijk verdeeld en gratis (all in resorts zijn socialistische enclaves voor kapitalisten). Uw schrijver en kritisch, groenlinkse JNM’er dient dit te veroordelen, en zou dat in andere situaties ongetwijfeld gedaan hebben. Ik kan het echter niet, ik heb immers een verdomd leuke tijd gehad, en verrassend veel geleerd over het eiland in kwestie, maar ook over de wereld en voor een 19 jarige potente jongeman nog steeds het belangrijk: over mezelf.
Waarom reist een tiener die hardnekkige acné en aften krijgt van de tegenstrijdigheden in zijn eigen leven en het glansrijke verkloten van deze prachtige planeet 8000 km over de oceaan om ergens op een eiland te gaan zitten? Moet ik niet de wereld gaan redden? Of desnoods gewoon rietvelden maaien in de Hobokense Polder.
Mijn wilskracht is te wispelturig en mijn conditie te niet-gedopeerd om de held uit te hangen. Held ben je trouwens niet, dat word je in een situatie. Er waren geen brandende weeshuizen om kinderen uit te redden, toch geen die in mijn agenda pasten, dus ik kan slechts de situatie in Jamaica ( gefeliciteerd aan degenen die het juiste eiland geraden hebben) beschrijven. Het is niet verboden om jaloers te zijn, het is terecht.
Ik zag een eiland waar tuinhuizen huizen zijn en de straat de televisie is. Nieuws werd niet gemaakt door nieuwsmensen, maar verteld door mensen. Het eiland was tropisch en groen zoals de touroperator beloofd had. Maar ook grillig, doordringend, verrassend en overweldigend echt zoals geen spindoctor of schilder het bedenken kan. De geur was er eerlijk en kwam niet uit een flesje. Het is een land waar dans en muziek niet op podia’s plaatsvindt, maar gewoon een manier van leven is zoals eten en drinken. In Jamaica wekt de wekker niet, maar ontwaakt de dageraad. Een land waar religie geen zuil, gewoonte, opium, of repressie is, maar vooral verwondering, en is verwondering niet de basis van wetenschap en verandering? Verwonderd was ik ook toen een oude man me zei waarom hij niet meer in het westen kon aarden. Hij zei dat westerlingen te veel gefixeerd zijn op het najagen van geluk.
Wie wil er nu niet gelukkig zijn? Tokio Hotel?(het moet me van het hart dat ik ook niet wil dat Tokio Hotel gelukkig is). Geluk is toch vooral een gevoel, en kan je niet zo maar najagen. Er zijn je behoeften die dienen vervuld te worden (fysische, veiligheid, sociale, respect, zelfrealisatie). Zoek ik mijn geluk niet vaak op de verkeerde plekken ( ik gebruik ik, want ik ben jij niet en gelukkig maar)? Ik wil er goed uitzien, ik wil de wereld zien, ik wil de wereld redden, ik wil niet eenzaam sterven, ik wil gezond zijn,… Ik ben volledig beveiligd door verzekeringen, ik volg een goede opleiding, heb geen grote tegenslagen meegemaakt. Waarom voel ik me dan zo vaak zo hol, onzeker, beperkt, besluiteloos, onvoldaan, terwijl ik in al mijn behoeften voldaan word en zeker tot de rijkste 5% van de wereld behoor. Het kan toch niet alleen zijn omdat ik een moeilijke puber ben? Ongeveer 15% van de Belgen zou symptomen van depressie vertonen, dat zijn meer dan een miljoen mensen. Dus er zijn in België meer gedeprimeerden dan geboortes hier (google blijft choqueren). Ik ben geen fascist, Belgen of westerlingen zijn niet depressief omdat ze allemaal te veeleisende verwende nesten zijn. Maar misschien kan dit deels verklaard door dat we altijd verwachten dat alles perfect zal zijn en dat is het niet, toch niet in deze wereld niettegenstaande wat de reclame ons voorliegt. Misschien is dat omdat tijd hier niet meer uitgedrukt wordt in zonnestand maar in kosten en dat die kosten voor vele mensen moeilijk te betalen zijn. Misschien zijn flatscreentoestellen voor iedereen toegankelijk geworden, maar wat hebben de meeste mensen aan knappe televisietoestellen als dat het enige middel is geworden voor velen is om na een lange werkdag te ontspannen.
Misschien moeten we wat meer Jamaicaan worden? Misschien moet ik wat minder misschien zeggen, en wat meer doen in plaats van de hypocriete sofist uit te hangen?
Is het in Jamaica beter dan in België, beter dan in’t stad? (met t’stad bedoel ik uiteraard Mortsel) Is mijn geliefde eiland het paradijs? No man. Het paradijs zal altijd slechts in de paradijsvogel bestaan of in je hoofd. Het grootste probleem van Jamaica is dat er geen enkel probleem is volgens de inwoners. Als onbezorgde toerist heb ik vooral de zonneschijn gezien, daar kwam ik ook voor, maar elke zon maakt schaduwen
Jamaica is een land dat net als elk ander land gecreëerd is, de oorspronkelijke bewoners zijn uitgeroeid, eerste kwamen de Spanjaarden die op hun beurt verjaagd werden door de Engelsen. De huidige inwoners zijn quasi allemaal nakomelingen van slaven, slaven die niet geheel vrijwillig uitgebuit werden om het met een Brits understatement te zeggen. De kostprijs van basisproducten en gezondheidszorg zijn de laatste jaren vooral duurder geworden, en dat is toch wel belangrijk in een land waar de overgrote meerderheid in armoede leeft. De criminaliteit en uitzichtloosheid in de sloppenwijken van Kingston is nog steeds even groot als toen Bob Marley de reggae populair maakte in de rest van de wereld. En zo is er waarschijnlijk wel meer miserie achter de exotische glimlach.
Jamaica is armer en ongelijker dan België, toch durf ik het zeggen dat de mensen er niet ontevredener zijn.
Die rust, de natuur, azuurblauwe zee, de vriendelijke mentaliteit, lekkere eten: jaja het goede, arcadische leven dat is wat mij in het eiland heeft aangetrokken en ik ben niet de enige.
U als verontwaardigde, milieubewuste medemens maakt ongetwijfeld de opmerking dat je voor al die zaken toch niet zo ver dient te reizen of toch zeker niet zo vaak en helemaal zeker niet in een escapistisch chique hotel dient te vinden. Gelijk hebt u wederom.
Toch hebben vele mensen en mezelf incluis daar blijkbaar verre reizen voor nodig. Dat kunnen we en mogen we niet zomaar veroordelen: reizen verbreedt onze geest, herlaadt de batterijen, is goed voor economie, enz. Maar langs de andere kant is nu het besef langzaam doorgedrongen dat die levensstijl fundamenteel ondemocratisch is. Industrialisatie wordt steeds als de overwinning van de mens op de natuur gezien, alle grondstoffen komen wel nog steeds uit de natuur en worden aan een schrikbarend tempo opgesoupeerd.
En dan nu de grote conclusie waarop we allemaal al lang wachten, maar toch wel al lang wisten: anders gaan leven lijkt wederom de enige oplossing. Maar om anders te gaan leven moet de modale Belg daar eerst en vooral toe bereid zijn en dat lijkt mij nu de grote taak van de groene beweging (dus alle mensen die min of meer bekommerd zijn om milieu en natuur): dat bewustzijn wat aanwakkeren. De grote revolutie en verlichting is niet voor morgen. Laten we daarom weer wat meer Jamaicaans zijn met de mensen en praten met elkaar en elkaar overtuigen in plaats van louter te zagen op madammen met nen bontjas en kapitalisten met Cubaanse sigaren. Misschien minder die nadruk leggen op consuminderen en zelfbeperking, maar meer op kwaliteit. Want dat is toch ook wat al die dikke toeristen vaak zoeken: kwaliteit? Want om de maatschappijstructuren te veranderen zal toch eerst ook het bewustzijn moeten veranderen. Want die maatschappijstructuren zullen wel degelijk veranderd moeten worden, Jamaicanen moeten wat meer beseffen dat economie belangrijk is en die economie eerlijker dient te worden. Belgen moeten beseffen dat de economie niet zaligmakend is.
Voor ik helemaal het preekgestoelte beklim, zal ik me verder onthouden. Maar listen very carefully for I shall say this only once: wees beducht alvorens u verder zucht!
Geniet ondertussen maar van de hagelwitte stranden in het zilvermeer te Mol en de koraalriffen van Aquatopia. En laat nu net weer die Bob Marley de nagel op de kop slaan:
Sayin' One Love, One Heart Let's get together and feel all right I'm pleading to mankind (One Love) Oh Lord (One Heart)
Ondertussen zal de wereld verder naar de hel gaan, met of zonder JNM. Maar in Jamaica: No problem, man!
Meer met minder, het lijkt me mogelijk, met vallen en opstaan, net zoals alle andere goede dingen.
Peace, love and banana’s
Yves
Abonneren op:
Reacties (Atom)
